Het opschortingsrecht is de bevoegdheid van een schuldeiser om de nakoming van zijn verbintenis op te schorten zolang de wederpartij haar verplichtingen niet nakomt.

Het opschortingsrecht vormt een verweermiddel in het Nederlandse verbintenissenrecht, geregeld in onder meer artikel 6:52 BW. Het stelt een partij in staat de uitvoering van haar verplichtingen tijdelijk uit te stellen wanneer de wederpartij in gebreke blijft, zonder dat dit tot wanprestatie leidt.

Dit recht is relevant omdat het evenwicht tussen partijen bewaakt en voorkomt dat een schuldeiser gedwongen wordt te presteren terwijl de tegenprestatie uitblijft. In de praktijk wordt het regelmatig ingeroepen bij overeenkomsten van koop, aanneming of dienstverlening, bijvoorbeeld bij niet-betaling of gebrekkige levering.

“De aannemer maakte gebruik van zijn opschortingsrecht en staakte de werkzaamheden totdat de opdrachtgever de eerste termijn had voldaan.”

Heeft u juridisch advies nodig?

Plan een gratis adviesgesprek met een van onze specialisten