Een negatieve BKR-registratie hoeft na een succesvol afgerond WSNP- of schuldhulptraject niet automatisch vijf jaar te blijven staan. Een geldverstrekker mag de registratie alleen handhaven als hij kan aantonen dat er nog steeds een reëel risico op nieuwe betalingsproblemen bestaat. Kan hij dat niet, dan moet de registratie volgens de AVG en de rechtspraak worden verwijderd of verkort. U heeft dus meer rechten dan vaak wordt gedacht.
Waarom blijft de registratie staan na sanering?
Wanneer u wordt toegelaten tot een minnelijk of wettelijk saneringstraject, melden geldverstrekkers dit bij het Bureau Krediet Registratie (BKR). Tijdens het traject staat meestal een SR-codering (schuldregeling) genoteerd. Na een geslaagde afronding wordt die vervangen door een herstelcodering, die standaard nog enkele jaren zichtbaar blijft, gerekend vanaf de einddatum.
De gedachte hierachter is dat geldverstrekkers een beeld willen houden van recente financiële problemen. Op zichzelf is dat begrijpelijk, maar die termijn mag niet klakkeloos worden volgemaakt: per geval moet worden beoordeeld of zo'n langdurige registratie nog noodzakelijk en proportioneel is.
Wanneer mag een registratie blijven staan?
Handhaving is alleen toegestaan als de geldverstrekker concreet onderbouwt dat er nog een reëel risico op herhaling bestaat. In alle andere gevallen weegt uw belang zwaarder. De bank of kredietverstrekker is verplicht om:
- een individuele belangenafweging te maken;
- uw actuele financiële situatie te beoordelen;
- uw zienswijze mee te wegen bij het besluit.
Een standaardverwijzing naar "de gebruikelijke termijn" volstaat dus niet. Het gaat om úw situatie op dit moment.
Wat zeggen de rechter en het KiFiD?
De lijn in de rechtspraak en bij het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (KiFiD) is duidelijk: banken mogen niet automatisch de volledige termijn aanhouden na afronding van een WSNP- of schuldhulptraject. Zij moeten aantonen dat de registratie nog een doel dient. Lukt dat niet, dan moet de registratie verdwijnen. Ook de Autoriteit Persoonsgegevens benadrukt dat persoonsgegevens niet langer mogen worden bewaard dan noodzakelijk voor het doel waarvoor ze zijn vastgelegd.
Wanneer is verwijdering of verkorting kansrijk?
Uw kans is groter wanneer:
- het traject met goed gevolg is afgerond;
- u sindsdien geen nieuwe schulden of achterstanden heeft;
- u financieel stabiel bent, met vast inkomen, spaargeld of aantoonbaar goed betaalgedrag;
- de registratie u onevenredig belemmert bij een hypotheek, huurwoning of werk;
- de geldverstrekker geen redelijk belang meer heeft bij handhaving.
Zo gaat u te werk
- Vraag uw overzicht op. Via bkr.nl ziet u welke registraties nog staan en wie ze heeft geplaatst.
- Verzamel bewijs van stabiliteit. Loonstroken, een werkgeversverklaring, spaaroverzichten en bewijs van een schone betaalhistorie helpen uw verzoek te onderbouwen.
- Dien een gemotiveerd verzoek in. Vraag de geldverstrekker schriftelijk om verwijdering of verkorting en leg uit waarom handhaving disproportioneel is.
- Schakel het KiFiD of de rechter in. Wijst de instelling af, dan kunt u het geschil voorleggen aan het KiFiD of de civiele rechter.
Loopt u na uw traject nog steeds tegen een registratie aan? Neem gerust contact op voor een vrijblijvende beoordeling van uw mogelijkheden.
