Een klant mag betaling alleen opschorten wegens gebreken als sprake is van een reëel, tijdig gemeld en substantieel gebrek dat verband houdt met uw werk of product. Ontevredenheid, kleine afwijkingen of een subjectieve mening zijn geen geldige reden. Bij een klein gebrek mag de klant hooguit een deel opschorten, niet de hele factuur weigeren. U heeft daarbij meestal het recht om te herstellen.
Wanneer mag een klant betaling opschorten?
Opschorting is alleen toegestaan bij een reëel, aantoonbaar en substantieel gebrek dat rechtstreeks verband houdt met het geleverde. Dat betekent dat:
- het gebrek tijdig moet zijn gemeld;
- de klacht voldoende concreet moet zijn;
- het gebrek serieus genoeg moet zijn om opschorting te rechtvaardigen.
In de praktijk interpreteren klanten deze regels vaak te ruim, of misbruiken ze ze.
Veelvoorkomende misverstanden
Niet iedere klacht geeft recht op opschorting. Juridisch onjuiste argumenten zijn bijvoorbeeld:
- "Ik ben niet helemaal tevreden";
- "Het had anders gekund";
- "Ik heb er nu even geen geld voor";
- "We bespreken dit later nog wel".
Ontevredenheid is geen gebrek. Kleine afwijkingen of subjectieve meningen rechtvaardigen geen volledige weigering van betaling.
Wat als het werk grotendeels correct is?
Zelfs als er een gebrek is, hoeft de klant niet automatisch helemaal niets te betalen. In veel gevallen geldt:
- betaling mag slechts gedeeltelijk worden opgeschort, in verhouding tot het gebrek;
- u moet de kans krijgen om te herstellen;
- de klant moet meewerken aan een oplossing.
Een volledige betalingsweigering is dan juridisch meestal onhoudbaar.
Het recht op herstel
Bij een gebrek heeft u als ondernemer in beginsel het recht en de gelegenheid om dit te herstellen. Weigert de klant u die kans te geven en houdt hij toch de hele betaling in, dan staat u sterker. Bied herstel daarom schriftelijk en concreet aan, zodat dit later aantoonbaar is.
Welke rol speelt het contract?
Bij een betalingsconflict is het contract cruciaal. Controleer onder meer:
- de omschrijving van het werk;
- de opleveringsafspraken;
- de betalingsvoorwaarden;
- een klachtenregeling;
- de algemene voorwaarden.
Ook mondelinge afspraken kunnen bindend zijn, maar bewijs is dan extra belangrijk.
Wat doet u als betaling wordt geweigerd?
- Vraag om een concrete onderbouwing. Laat de klant het gebrek schriftelijk en specifiek omschrijven. Vaak blijkt de klacht dan vaag of ongegrond.
- Bied herstel aan. Doe dit schriftelijk en met een concrete termijn.
- Wijs op de betalingsverplichting. Maak duidelijk dat een onterechte of vage klacht geen recht geeft op opschorting.
- Stuur een ingebrekestelling. Blijft betaling uit, geef dan een laatste, redelijke termijn en kondig vervolgstappen aan.
- Start zo nodig incasso. Houdt de klant ten onrechte de betaling in, dan kunt u betaling, eventueel met rente en kosten, in rechte vorderen.
Blijft uw klant betaling weigeren onder verwijzing naar gebreken? Neem gerust contact met ons op, dan beoordelen we of de opschorting terecht is en hoe u alsnog betaald krijgt.
