Uitzendwerk draait om een driehoeksverhouding tussen de uitzendkracht, het uitzendbureau (de uitlener) en de opdrachtgever (de inlener). Het fasesysteem A, B en C bepaalt hoeveel rechten en zekerheid de uitzendkracht opbouwt: hoe langer u via hetzelfde bureau werkt, hoe meer bescherming u krijgt. Vanaf de eerste dag geldt in beginsel gelijke beloning als bij de inlener, en bij ziekte kan het uitzendbeding niet worden ingeroepen. Zowel de inlener als het uitzendbureau hebben bovendien een zorgplicht.
Hieronder leggen wij uit hoe de verhoudingen en het fasesysteem werken en welke rechten u als uitzendkracht heeft.
De driehoeksverhouding bij uitzendwerk
De inlener sluit met het uitzendbureau een overeenkomst voor het ter beschikking stellen van arbeid. Daarop zijn doorgaans de algemene voorwaarden van het bureau van toepassing. Het uitzendbureau moet onder meer:
- ingeschreven staan in het Handelsregister;
- voldoen aan de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi), wat onder andere betekent dat het geen krachten ter beschikking stelt bij staking en duidelijke informatie geeft over de werkplek, de werkzaamheden, de arbeidsomstandigheden en de vereiste kwalificaties;
- de door de inlener verstrekte functie- en werkplekgegevens schriftelijk met de uitzendkracht delen.
Aan de voorkant geldt vrijheid van partijen: de inlener hoeft geen opdracht te geven en het bureau is niet verplicht een opdracht uit te voeren. In fase A met uitzendbeding kan de uitzendkracht opdrachten weigeren; in latere fases neemt die vrijheid af.
Het fasesysteem: fase A, B en C
Het fasesysteem bepaalt welke rechtspositie de uitzendkracht heeft. De precieze termijnen volgen uit de cao voor uitzendkrachten.
- Fase A: de instapfase. Vaak geldt een uitzendbeding, waardoor de overeenkomst eindigt zodra de opdracht stopt. De flexibiliteit is groot, de zekerheid beperkt. Bij ziekte kan het uitzendbeding niet worden ingeroepen.
- Fase B: na fase A. De uitzendkracht krijgt tijdelijke contracten via het bureau en bouwt meer zekerheid op. Het uitzendbeding geldt hier niet meer.
- Fase C: de uitzendkracht krijgt een contract voor onbepaalde tijd bij het uitzendbureau en heeft de meeste zekerheid.
Hoe verder in het systeem, hoe meer bescherming en hoe minder vrijblijvend de relatie.
Wanneer geldt de cao voor uitzendkrachten?
Voor uitzendkrachten geldt doorgaans een cao, meestal die van de ABU of de NBBU. Deze cao is van toepassing als:
- het uitzendbureau is aangesloten bij de ABU of NBBU, waardoor de bijbehorende cao automatisch geldt;
- bepalingen algemeen verbindend zijn verklaard, waardoor de cao ook geldt voor niet-aangesloten bureaus;
- partijen de cao individueel van toepassing verklaren in de overeenkomst.
Rechten en plichten van de partijen
De inlener
De inlener bepaalt het werk en houdt toezicht. Hij heeft een zorgplicht voor een veilige werkplek en is medeverantwoordelijk voor de arbeidsomstandigheden. Loopt de uitzendkracht letsel op door een onveilige werkplek, dan kan de inlener daarvoor aansprakelijk zijn.
De uitlener (het uitzendbureau)
Het bureau is formeel de werkgever. Het zorgt voor de arbeidsovereenkomst, de loonbetaling en de juiste toepassing van de cao en het fasesysteem, en heeft eveneens een zorgplicht richting de uitzendkracht.
De uitzendkracht
De uitzendkracht heeft recht op gelijke beloning als vergelijkbare werknemers bij de inlener, op een veilige werkplek en op de bescherming die bij de fase hoort. Bij ziekte kan een uitzendbeding niet worden ingeroepen om de overeenkomst te beëindigen.
Hulp bij vragen over uitzendwerk
Flexibele inzet is mogelijk, maar de regels rond beloning, fases en zorgplicht zijn complex en worden niet altijd correct nageleefd. Twijfelt u of u krijgt waar u recht op heeft, of bent u betrokken bij een geschil over uitzendwerk? Neem gerust contact met ons op; wij denken graag met u mee.
