In rem verwijst naar een rechtsvordering of een recht dat is gericht tegen een zaak of goed, in plaats van tegen een persoon.

In het Nederlandse recht en het internationaal privaatrecht duidt 'in rem' op vorderingen die betrekking hebben op een specifiek vermogensbestanddeel, zoals onroerend goed, een schip of een ander roerend goed. Het onderscheid met 'in personam' is van belang omdat een in rem-vordering het goed zelf raakt en vaak leidt tot executie of beslag op dat object.

Dit type actie is relevant bij eigendomsconflicten, hypotheken, beslaglegging en executoriale verkoop, waarbij de uitspraak directe werking heeft op het goed ongeacht wie de eigenaar is op een later moment. In de praktijk wordt het begrip vooral gebruikt bij internationale geschillen of wanneer een schuldeiser verhaal zoekt op een bepaald vermogensbestanddeel.

Nederlandse rechters hanteren het onderscheid onder meer bij de erkenning van buitenlandse vonnissen en bij de bevoegdheid in zaken met een buitenlands element.

“De bank legde beslag in rem op het registergoed om haar hypothecaire vordering te verhalen.”

Heeft u juridisch advies nodig?

Plan een gratis adviesgesprek met een van onze specialisten