Relativiteitsbeginsel
Het relativiteitsbeginsel houdt in dat een geschonden rechtsnorm alleen bescherming biedt tegen schade of belangen die de norm specifiek beoogt te beschermen.
Het relativiteitsbeginsel, ook wel relativiteitsvereiste genoemd, beperkt de mogelijkheid om een rechtsnorm in te roepen tot die gevallen waarin de norm strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept. Dit beginsel voorkomt dat iemand zich succesvol kan beroepen op een overtreding die zijn eigen positie niet raakt.
In het burgerlijk recht is het verankerd in artikel 6:163 BW en in het bestuursrecht in artikel 8:69a Awb. Het is relevant omdat het misbruik van procederen tegengaat en de focus legt op daadwerkelijk beschermde belangen.
In de praktijk toetst de rechter of de geschonden norm de belangen van de eiser of appellant beoogt te beschermen voordat hij tot vernietiging of schadevergoeding overgaat.
“De rechter wees het beroep af omdat de geschonden norm volgens het relativiteitsbeginsel niet strekte tot bescherming van de belangen van de appellant.”
Gerelateerde termen
Heeft u juridisch advies nodig?
Plan een gratis adviesgesprek met een van onze specialisten