Venire contra factum proprium is een rechtsbeginsel dat een partij verbiedt in strijd te handelen met haar eigen eerdere gedragingen of verklaringen waarop de wederpartij gerechtvaardigd heeft vertrouwd.

Het beginsel venire contra factum proprium vindt zijn oorsprong in het Romeinse recht en is een uitvloeisel van de goede trouw in het burgerlijk recht. Het houdt in dat het niet is toegestaan om een standpunt in te nemen dat in tegenspraak is met eerder eigen handelen, indien de andere partij hierop gerechtvaardigd heeft vertrouwd.

Dit beginsel is relevant in het Nederlandse recht omdat het de rechtszekerheid bevordert en misbruik van recht tegengaat. Het wordt vaak toegepast in contractuele verhoudingen en bij de uitoefening van rechten.

In de praktijk kan dit beginsel bijvoorbeeld worden ingeroepen wanneer een partij een overeenkomst heeft bevestigd door betaling, maar later de geldigheid daarvan betwist.

“De verhuurder kan zich niet beroepen op de beëindiging van de huurovereenkomst, omdat dit in strijd zou zijn met venire contra factum proprium na zijn eerdere toezeggingen.”

Heeft u juridisch advies nodig?

Plan een gratis adviesgesprek met een van onze specialisten