Hoe claim je vaste uren bij structureel meerwerk?
Werk je als oproepkracht structureel meer uren dan in je contract staat, dan kun je je beroepen op het rechtsvermoeden van arbeidsomvang (artikel 7:610b BW). Na minimaal drie maanden wordt vermoed dat je contracturen gelijk zijn aan het gemiddelde aantal uren dat je in die periode werkte. Vraag je werkgever schriftelijk om je contract daarop aan te passen; komen jullie er niet uit, dan beslist de kantonrechter.
Dit geeft duidelijkheid over je uren — en daarmee over je loon bij ziekte, je roosterzekerheid en meer.
Wat is het rechtsvermoeden van arbeidsomvang?
Na minimaal drie maanden arbeid wordt vermoed dat je arbeidsomvang gelijk is aan het gemiddelde van de afgelopen drie maanden. Dit is een weerlegbaar vermoeden: je werkgever mag proberen aan te tonen dat die periode niet representatief was, bijvoorbeeld door een seizoenspiek.
Waarom dit belangrijk is: het aantal contracturen bepaalt mede je loondoorbetaling bij ziekte, je vakantiedagen en vakantiegeld, je pensioenopbouw en de zekerheid van je rooster.
Wanneer kun je je erop beroepen?
Het rechtsvermoeden is vooral nuttig als:
- er onduidelijkheid is over je gemiddelde arbeidsomvang (typisch bij nul-uren of min-max);
- je structureel meer werkt dan afgesproken;
- je minder wordt ingeroosterd terwijl je eerder langdurig meer werkte;
- je ziek bent en er discussie is over het door te betalen urengemiddelde.
Wanneer geldt het juist niet?
De referteperiode moet representatief zijn. Ging het in de afgelopen drie maanden om tijdelijk meerwerk — bijvoorbeeld het invallen voor een zieke collega — dan geldt het vermoeden niet, mits de werkgever dat kan aantonen. Was de periode juist abnormaal laag (door eigen ziekte of vakantie), dan kan een langere referteperiode van bijvoorbeeld twaalf maanden eerlijker zijn.
Hoe bereken je de arbeidsomvang?
- Tel je daadwerkelijk gewerkte uren per maand in de gekozen referteperiode.
- Deel door het aantal maanden (standaard 3; soms 12 bij piek of dip).
- De uitkomst is je maandgemiddelde, om te rekenen naar een weekgemiddelde.
Een goede urenregistratie — roosters, loonstroken, werkbriefjes — is je belangrijkste bewijs.
De stappen om je uren vast te leggen
- Verzamel je urenoverzicht over de referteperiode.
- Bereken het gemiddelde en bepaal je gewenste arbeidsomvang.
- Stuur een schriftelijk verzoek aan je werkgever om je contract aan te passen of je loon op basis van het gemiddelde door te betalen.
- Geen oplossing? Dan kun je de vordering aan de kantonrechter voorleggen.
Verhouding tot het aanbod voor vaste uren (WAB)
Naast het rechtsvermoeden bestaat het verplichte aanbod voor een vaste arbeidsomvang (artikel 7:628a BW). Na twaalf maanden oproepwerk moet de werkgever je een aanbod doen op basis van het gemiddelde van het voorgaande jaar. Doet hij dat niet, dan kun je toch aanspraak maken op loon over dat gemiddelde. De twee regelingen vullen elkaar aan en versterken samen je positie.
Praktische tips
- Bewaar al je roosters en loonstroken digitaal.
- Reageer tijdig als je structureel meer of juist minder wordt ingezet.
- Leg afspraken met je werkgever altijd schriftelijk vast.
Tot slot
Met het rechtsvermoeden van arbeidsomvang voorkom je dat structureel meerwerk onbetaald blijft of dat je rooster zomaar wordt teruggeschroefd. Twijfel je welke referteperiode het best past of hoe je je uren onderbouwt? Neem gerust contact met ons op; we denken graag mee.
