Een uitzendovereenkomst met uitzendbeding eindigt volgens de Hoge Raad ook bij ziekte van rechtswege, zonder dat dit in strijd is met het opzegverbod tijdens ziekte. De reden is dat het opzegverbod ziet op opzegging door de werkgever, terwijl bij een uitzendbeding geen sprake is van opzegging: de overeenkomst eindigt automatisch. Het opzegverbod is daarom niet van toepassing.
Wat is een uitzendbeding?
Het uitzendbeding is een bijzondere afspraak in een uitzendovereenkomst, geregeld in artikel 7:691 BW. Het houdt in dat de overeenkomst van rechtswege eindigt zodra:
- de inlener de uitzendkracht niet langer wil of kan inlenen, of
- de uitzendkracht de bedongen arbeid niet langer kan verrichten, bijvoorbeeld door ziekte.
Het einde komt dus niet tot stand door opzegging, maar treedt automatisch in. Dat onderscheid is juridisch van groot belang.
De kern van de discussie
De vraag in de procedure was of een uitzendovereenkomst met uitzendbeding mag eindigen op het moment dat de uitzendkracht zich ziek meldt. De uitzendkracht stelde dat het beding in strijd was met het opzegverbod tijdens ziekte (artikel 7:670 lid 1 BW). Als dat zo zou zijn, zou de overeenkomst niet rechtsgeldig zijn geëindigd en zou er recht op loondoorbetaling bestaan.
De lagere rechters oordeelden hierover verschillend, waarna de zaak bij de Hoge Raad terechtkwam.
Het oordeel van de Hoge Raad
De Hoge Raad gaf duidelijkheid: het uitzendbeding is niet in strijd met het opzegverbod tijdens ziekte. De redenering is als volgt:
- het opzegverbod beschermt de werknemer tegen opzegging door de werkgever tijdens ziekte;
- bij een uitzendbeding wordt niet opgezegd, maar eindigt de overeenkomst van rechtswege;
- er bestaat geen algemene wettelijke regel die het van rechtswege eindigen van een arbeidsovereenkomst bij ziekte verbiedt.
Het uitzendbeding kan dus ook werken op het moment dat de uitzendkracht ziek is.
Wat betekent dit voor uitzendkrachten?
Dat de overeenkomst kan eindigen, betekent niet dat een zieke uitzendkracht zonder vangnet komt te zitten. Vaak ontstaat na het einde van de uitzendovereenkomst recht op een Ziektewetuitkering via het UWV. De uitzendkracht is dan ziek uit dienst en kan zich tot het UWV wenden voor een uitkering.
Daarnaast spelen de cao voor uitzendkrachten en de fase waarin de uitzendkracht werkt (fase A, B of C) een rol bij de vraag of en hoe lang er recht op doorbetaling of bescherming bestaat.
Aandachtspunten voor uitzendbureaus en inleners
- Controleer of het uitzendbeding correct en geldig is opgenomen in de overeenkomst.
- Houd rekening met de fase-indeling: het uitzendbeding geldt in beginsel alleen in de eerste fase.
- Zorg dat een zieke uitzendkracht correct wordt ziek gemeld bij het UWV.
- Een onzorgvuldige beëindiging kan alsnog tot discussie en aansprakelijkheid leiden.
Praktijkvoorbeeld
Een uitzendkracht raakt tijdens het werk gewond en meldt zich ziek. Het uitzendbureau beroept zich op het uitzendbeding en laat de overeenkomst eindigen. Op grond van de lijn van de Hoge Raad is dat in beginsel mogelijk. Wel kan de uitzendkracht aanspraak maken op een Ziektewetuitkering en, indien een derde aansprakelijk is voor het letsel, op een aparte letselschadevergoeding.
Twijfelt u of een uitzendbeding in uw situatie juist is toegepast, of wilt u uw rechten bij ziekte laten beoordelen? Neem gerust vrijblijvend contact met ons op.
