Vruchtgebruik is het zakelijke recht om een goed te gebruiken en de vruchten daarvan te genieten, zonder eigenaar te worden. De vruchtgebruiker heeft het genotsrecht, terwijl de blote eigendom bij een ander ligt.

Vruchtgebruik is een beperkt recht dat is geregeld in Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Het geeft de houder het recht om een zaak of recht te gebruiken en daarvan de opbrengsten te ontvangen, zonder dat de eigendom overgaat.

Dit recht is vooral relevant in het erfrecht en bij vermogensplanning, waar het vaak wordt ingezet om de langstlevende echtgenoot in staat te stellen in de woning te blijven wonen terwijl de kinderen de blote eigendom verkrijgen.

In de praktijk wordt vruchtgebruik meestal gevestigd bij notariële akte, testament of schenking en eindigt het doorgaans bij overlijden van de vruchtgebruiker of na een overeengekomen termijn.

“De langstlevende echtgenoot verkreeg vruchtgebruik over de woning, zodat zij er kon blijven wonen terwijl de kinderen de blote eigendom erfden.”

Heeft u juridisch advies nodig?

Plan een gratis adviesgesprek met een van onze specialisten