Wat houdt het fasensysteem voor uitzendkrachten in?
Het fasensysteem verdeelt de loopbaan van een uitzendkracht in drie fasen, fase A, B en C, waarbij je rechten en zekerheid toenemen naarmate je langer voor hetzelfde uitzendbureau werkt. Het systeem is vastgelegd in de ABU- en NBBU-cao's en zorgt ervoor dat flexibiliteit aan het begin geleidelijk plaatsmaakt voor meer vastigheid, tot uiteindelijk een contract voor onbepaalde tijd in fase C.
Het doel van het systeem
Uitzendkrachten worden door een uitzendbureau geplaatst bij een inlener. Om dat proces te structureren en de rechten van uitzendkrachten te beschermen, bepaalt elke fase specifieke regels over de duur van de overeenkomst, de mogelijkheid tot beëindiging en het uitzendbeding. Hoe verder je in het systeem komt, hoe sterker je positie wordt.
Fase A
Fase A is de meest flexibele fase. In deze fase geldt doorgaans een uitzendbeding, waardoor de overeenkomst eindigt zodra de inlener de opdracht beëindigt en in beginsel met onmiddellijke ingang kan worden opgezegd. Je werkt vaak met losse oproepen en bouwt nog beperkte zekerheid op. Fase A duurt een vastgesteld aantal gewerkte weken; daarna stroom je door naar fase B.
Fase B
In fase B werk je op basis van tijdelijke arbeidsovereenkomsten (contracten voor bepaalde tijd). Het uitzendbeding vervalt; het uitzendbureau is je werkgever en kan binnen de fase een beperkt aantal tijdelijke contracten met je sluiten gedurende een maximale periode. Je hebt meer zekerheid dan in fase A: het bureau moet je in beginsel doorbetalen zolang het contract loopt.
Fase C
In fase C heb je recht op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd: een vast contract bij het uitzendbureau. Dit is de meest zekere fase. Beëindiging verloopt dan via de gewone ontslagregels, met opzegtermijn en eventueel een transitievergoeding.
Wat verandert er per 1 januari 2027?
Met de invoering van de Wet meer zekerheid flexwerkers worden de regels aangescherpt. Twee wijzigingen zijn vooral van belang voor uitzendkrachten:
- Fase B wordt korter: de maximale duur van fase B gaat van drie jaar naar twee jaar. Daardoor groei je sneller door naar fase C en kom je eerder in aanmerking voor meer zekerheid, zoals een vast dienstverband.
- Langere onderbrekingstermijn: de periode die als 'onderbreking' tussen twee uitzendovereenkomsten telt, wordt verlengd. Pas na een aanzienlijk langere onderbreking begin je weer opnieuw in fase A. Bij kortere onderbrekingen telt je eerdere dienstverband mee.
Door deze aanpassingen wordt het makkelijker om sneller naar een zekerder contract toe te groeien en worden onbedoelde 'resetmomenten' grotendeels voorkomen. Houd er rekening mee dat de exacte uitwerking en termijnen via de wet en de cao's nader worden ingevuld; controleer daarom bij wijzigingen altijd de actuele cao-tekst.
Overstap naar het ketensysteem bij overname
Word je na verloop van tijd rechtstreeks in dienst genomen door de inlener, dan val je niet langer onder het uitzend-fasensysteem maar onder de gewone ketenregeling van het arbeidsrecht. Daarbij kan je arbeidsverleden als uitzendkracht meetellen wanneer de nieuwe werkgever als opvolgend werkgever wordt gezien. Dat is van belang voor de vraag of je recht hebt op een vast contract en voor de hoogte van een eventuele transitievergoeding.
Waarom je fase belangrijk is
Je fase bepaalt hoeveel zekerheid je hebt, hoe makkelijk je contract eindigt en welke rechten je opbouwt. Bij twijfel over je fase, een onverwachte 'reset' of een overstap naar vast werk is het verstandig je positie goed te laten controleren.
Heb je vragen over jouw fase of je rechten als uitzendkracht? Neem gerust vrijblijvend contact met ons op.
