Wilsgebrek
Een wilsgebrek is een gebrek in de wilsovereenstemming bij het sluiten van een rechtshandeling, waardoor de geldigheid van die handeling kan worden aangetast.
Wilsgebreken betreffen situaties waarin de wil van een partij niet vrij of juist is gevormd bij het aangaan van een overeenkomst of andere rechtshandeling. De belangrijkste wilsgebreken in het Nederlandse recht zijn dwaling, bedrog, bedreiging en misbruik van omstandigheden. Deze gebreken maken de rechtshandeling vernietigbaar, zodat de benadeelde partij de overeenkomst kan laten vernietigen.
Het begrip is relevant omdat het de bescherming biedt aan partijen die onder invloed van onjuiste informatie, dwang of misbruik hebben gehandeld. Zonder deze bescherming zouden overeenkomsten die tot stand zijn gekomen door oneerlijke beïnvloeding onherroepelijk bindend zijn. In de praktijk wordt een beroep op wilsgebrek vaak gedaan in consumentenzaken, familiezaken of bij transacties waarbij een partij in een afhankelijke positie verkeerde.
De rechter beoordeelt of er daadwerkelijk sprake is van een wilsgebrek en of de benadeelde partij tijdig heeft geprotesteerd. Een succesvol beroep leidt tot vernietiging met terugwerkende kracht.
“De koper vorderde vernietiging van de koopovereenkomst wegens wilsgebrek, omdat de verkoper hem had misleid over de staat van het pand.”
Gerelateerde termen
Heeft u juridisch advies nodig?
Plan een gratis adviesgesprek met een van onze specialisten