Vrijwel iedere werknemer heeft recht op een transitievergoeding wanneer de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever eindigt. De vergoeding bedraagt een derde van het bruto maandsalaris per gewerkt dienstjaar en is bedoeld als compensatie voor het ontslag en als steun bij de overstap naar ander werk. Het recht bestaat sinds de Wet werk en zekerheid uit 2015.
Transitievergoeding of ontslagvergoeding?
Deze termen worden vaak door elkaar gebruikt, maar er is een verschil. De transitievergoeding is de wettelijke minimumvergoeding waar een werknemer recht op heeft bij ontslag op initiatief van de werkgever. De ontslagvergoeding is een bredere term: dat is elke vergoeding die bij een ontslag wordt afgesproken, dus inclusief eventuele extra's bovenop het wettelijke minimum, bijvoorbeeld na onderhandeling of via een vaststellingsovereenkomst. Iedere transitievergoeding is dus een ontslagvergoeding, maar niet andersom.
Wanneer heeft u recht op een transitievergoeding?
U heeft recht op een transitievergoeding wanneer uw arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever eindigt, doordat deze:
- de overeenkomst opzegt of laat ontbinden;
- een tijdelijk contract niet verlengt.
Het maakt niet uit of u een vast of tijdelijk contract had. Sinds 2020 bouwt u het recht bovendien vanaf de eerste werkdag op, dus ook bij korte dienstverbanden. Ook bij ontslag wegens reorganisatie of na langdurige arbeidsongeschiktheid kan de transitievergoeding verschuldigd zijn.
Wanneer vervalt het recht?
Het recht op een transitievergoeding vervalt onder meer wanneer:
- u zelf ontslag neemt (tenzij dit komt door ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever);
- u wordt ontslagen wegens een dringende reden die ernstig verwijtbaar aan uzelf is (bijvoorbeeld diefstal of fraude);
- u nog geen achttien jaar bent en gemiddeld ten hoogste twaalf uur per week werkte;
- het dienstverband eindigt door of vanaf het bereiken van de AOW-leeftijd.
Hoe wordt de transitievergoeding berekend?
De berekening is sinds 2020 eenvoudiger. De vergoeding bedraagt een derde van het bruto maandsalaris per heel dienstjaar, en voor het resterende deel van het dienstverband naar evenredigheid. Het maandsalaris omvat naast het basisloon ook vaste looncomponenten zoals vakantietoeslag en een eventuele dertiende maand.
Een voorbeeld: verdient u 3.000 euro bruto per maand en werkte u precies zes jaar, dan komt de vergoeding uit op ongeveer 6.000 euro (6 x 1.000 euro).
Transitievergoeding bij gedeeltelijk ontslag
Ook bij een substantiële en structurele vermindering van uw arbeidsuren kunt u recht hebben op een gedeeltelijke transitievergoeding. Dit speelt bijvoorbeeld wanneer uw functie deels vervalt door een reorganisatie of na gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. De vergoeding wordt dan berekend over het deel van de arbeidsuren dat u verliest.
Twijfelt u over uw vergoeding?
Werkgevers berekenen de transitievergoeding niet altijd correct, of bieden bij een vaststellingsovereenkomst soms minder dan waar u recht op heeft. Het loont om de berekening te laten controleren en, waar mogelijk, te onderhandelen over een hogere vergoeding.
Wilt u weten of uw transitievergoeding klopt of onderhandelt u over een vaststellingsovereenkomst? Neem gerust contact met ons op voor advies over uw situatie.
